Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Van raar tot knettergek: wat overtuigt?

Raar of knettergek?

Een politicus die een minister niet raar maar knettergek noemt, formuleert zijn bewering krachtig. Maar is hij daarmee ook overtuigend?

Een columnist: Car-spotten via sms is echt klinkklare kul.
Een politicus: Ik vind de minister knettergek.
Een recensent: Een supermusical met prachtige muziek!
Een nieuwslezer: Analisten waren niet onaangenaam verrast door de goede resultaten.

Bovenstaande uitspraken zijn uiteenlopend en komen in totaal verschillende contexten voor. In de Tweede Kamer, op internet, in de krant en op het journaal. Toch hebben ze iets met elkaar gemeen: de stijl. Door het taalgebruik komen de boodschappen krachtig over. Zijn ze ook overtuigender?

Sprekers en schrijvers kiezen al dan niet bewust met welke woorden of woorddelen de boodschap wordt gebracht. De smsdienst is geen onzin maar klinkklare kul, de minister is niet raar maar knettergek, de musical was meer dan gewoon (super) en de muziek mooier dan mooi (prachtig). De nieuwslezer maakt een understatement met de formulering niet onaangenaam; de analisten waren natuurlijk zeer aangenaam verrast.

Geïntensiveerd taalgebruik of taalintensivering wordt dergelijk versterkend taalgebruik genoemd. Door op subtiele (niet onaangenaam) dan wel opvallende (knettergek) wijze de boodschap kracht bij te zetten, probeert de zender overtuigender over te komen. Het is maar de vraag of de zender hier ook echt in slaagt. Afgelopen decennia is taalintensivering veelvuldig experimenteel onderzocht, met uiteenlopende bevindingen.

Wanneer taalintensivering overtuigt

De overtuigingskracht van de boodschap en de geloofwaardigheid van de bron wanneer taalintensivering wordt gebruikt, hangen van verschillende factoren af. In de volgende gevallen is taalintensiteit een bewezen sterk middel:

  • als het gebruik van intensieve taal tussen bron en ontvanger op hetzelfde niveau is;
  • als de relatie tussen bron en ontvanger al goed is en de ontvanger dus dichtbij de bron staat;
  • als de ontvanger niet bang of ongerust is over het onderwerp;
  • als de ontvanger de competentie van de bron hoog inschat;
  • als het taalgebruik van de bron overeenkomt met de verwachtingen van de ontvanger;
  • als de stijl past bij het documenttype of de situatie.

Systematisch in kaart brengen

Niet alleen spelen bovenstaande factoren een rol bij de vraag of geïntensiveerd taalgebruik overtuigend is. In de eerdere onderzoeken wordt taalintensivering op uiteenlopende manieren gedefinieerd en geoperationaliseerd. De ene onderzoeker versterkt een boodschap stilistisch op woordniveau met bijwoorden (heel en erg) en bijvoeglijk naamwoorden (fantastisch in plaats van mooi), terwijl de andere onderzoeker grotere aanpassingen doet door bijvoorbeeld stijlelementen te gebruiken (zoals ironie en beeldspraak) of inhoudelijke ingrepen te doen (vele doden in plaats van enkele gewonden).  Meer systematisch onderzoek zal moeten aantonen hoe taalintensiveringen voorkomen in boodschappen en wat hun werking is op ontvangers. In mijn PhD-project onderzoek ik deze kwestie.

Share this on social networks

Leave a Reply