Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Telefoon wegleggen en verhalen lezen (moet van Aristoteles)


Elke week verschijnt op deze site een bijdrage van één van onze onderzoekers over communicatie in onderzoek en praktijk. Deze week: Roel Willems over de fascinerende hypothese dat verhalen ons beter maken in anderen te begrijpen. Er is wat bewijs voor, maar er is nog veel onderzoek nodig.

Telefoon wegleggen en verhalen lezen (moet van Aristoteles)

Wie een punt wil maken schrijft dit punt vaak toe aan een bekend persoon. ‘Churchill zei het al’, ‘Om met Albert Einstein te spreken’. Iets toeschrijven aan een beroemd persoon geeft legitimiteit aan de bewering, en is een manier voor de spreker om clever over te komen. Zo begint elk artikel over de positieve effecten van het lezen van literatuur met een verwijzing naar Aristoteles. Deze Griekse denker – toen waren baarden pas in – is een onuitputtelijke bron van quotes en (toegeschreven) meningen. Dus ook dat je van boeken lezen een beter mens wordt. Hoe zou dat dan werken? En is er bewijs voor?

Verhalen als simulatiemachines

Mensen houden enorm van verhalen. Wie doet wat met wie en waarom (of waarom niet)? Als we de wereld van een verhaal worden ingezogen beleven we dingen die niet echt gebeuren. We hebben gevoelens voor personen uit het verhaal, en we zien gebouwen en steden die alleen maar in ons hoofd bestaan. Het is verleidelijk om dit als ‘alleen maar’ vermaak af te doen. Een leuke film kijken is, nou ja, leuk. Een reden die verder gaat dan leuk is dat we van verhalen leren. Moraal bijvoorbeeld. Van Roodkapje leren kinderen dat ze naar hun ouders moeten luisteren (en gewoon door moeten lopen als ze een pratende wolf tegenkomen). Van Jip en Janneke leren we hoe nette kinderen zich horen te gedragen.

Wat we ook van fictie kunnen leren is hoe andere mensen zich voelen, en hoe mensen met elkaar omgaan. Verhalen zijn simulatiemachines. Het verhaal start een simulatie in ons hoofd van wat de hoofdpersoon meemaakt en ervaart. Als een personage buitengesloten wordt door anderen, dan leren we –impliciet- hoe het is om buitengesloten te worden, wat dat met een persoon doet.

Een belangrijke vaardigheid in het sociale verkeer is te begrijpen waarom anderen doen wat ze doen. De intenties van een ander zijn te begrijpen als we weten wat de ander voelt en weet. In veel verhalen wordt er eindeloos gespeeld met intenties en hoe die (verkeerd) begrepen kunnen worden. De these is nu dat wie vaak met verhalen in de weer is, vaker een simulatie draait van anderen begrijpen, en er dus beter in wordt. Anderen beter begrijpen zou dan weer leiden tot meer empathie voor de medemens. Dat is het idee.

Bewijs voor positieve effecten

Verhalen zouden ons dus beter maken in anderen te begrijpen. Is hier bewijs voor? Wel wat. Een paar studies vonden dat deelnemers na het lezen van literaire verhalen (vergeleken met niet-literaire teksten) beter waren in de Reading the Mind in the Eyes Test. Dit is een wat curieuze psychologische test waarbij mensen een foto van ogen te zien krijgen en moeten kiezen welke emotie of bewustzijnstoestand bij de ogen hoort (zie plaatje).

ogen

Voorbeeld Reading the Mind in the Eyes test. Welke staat van zijn wordt door de ogen uitgedrukt? Uit Moor et al., 2012, naar Baron-Cohen et al., 2001.

Andere studies vonden zo’n verband niet, en een recente grootschalige poging tot replicatie liet ook geen effect zien. In een recente studie vonden wij (Franziska Hartung en ikzelf) dat verschillende hersengebieden andere netwerkverbindingen hebben afhankelijk van hoeveel fictie iemand leest (zie figuur). Hier zijn zowel gebieden bij waarvan we weten dat ze belangrijk zijn voor taal, als gebieden die een rol spelen bij het begrijpen van gedachten en gevoelens van anderen.

hersenen

Gebieden die sterkere verbindingen aangaan bij mensen die aangaven veel fictie te lezen. Uit Willems en Hartung (submitted).

Dit kan door veel redenen komen, maar het is misschien een hint dat fictie lezen ‘iets’ doet met hersengebieden die belangrijk zijn voor het begrijpen van anderen.

Al met al zijn er slechts enkele studies die de hypothese van Aristoteles ondersteunen. Maar zoals Koopman en Hakemulder een paar jaar geleden feilloos aantoonden, die hypothese is heel verschillend opgevat. Heeft alle literatuur (of fictie) hetzelfde effect op onze vaardigheden? Is het lezen van een kort stukje Thomas Rosenboom voldoende, of moeten we een leven lang lezen? Betekent beter worden in de ‘ogentest’ ook dat je in het echte leven empathischer wordt? En: anderen beter begrijpen kun je ook voor heel slechte doeleinden inzetten.

En nu?

Een fascinerende hypothese -verhalen maken ons betere mensen. Er is wel wat bewijs maar vooral heel veel open vragen. Het belang van verhalen voor ons menszijn is onbetwistbaar. Hoe ze ons beïnvloeden en veranderen blijft onduidelijk en moet beter onderzocht worden. Wie niet op de wetenschap wil wachten kan best een gokje wagen en beginnen met lezen. Dus telefoon aan de kant en verhalen lezen. Aristoteles zei het al.

Verder lezen:

Kidd, D.C. and Castano, E. (2013). Reading Literary Fiction Improves Theory of Mind. http://scottbarrykaufman.com/wp-content/uploads/2013/10/Science-2013-Kidd-science.1239918.pdf

Weinberg, D., Panero, M.E., Goldstein, T., & Black, J. (2016). Does Reading a Single Passage of Literary Fiction Really Improve Theory of Mind? An Attempt at Replication. https://osf.io/83nv2/

Koopman, E. and Hakemulder, F. (2015). Effects of Literature on Empathy and Self-Reflection. A Theoretical-Empirical Framework.  dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/327988/Effects.pdf

Hakemulder, F., Koopman, E., Fialho, O., & Bal, M. What do we learn from literature? http://www.matthijsbal.com/articles/Hakemulder_etal_2016.pdf

Share this on social networks

Leave a Reply