Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Publicatieregen voorjaar 2013

Het weer viel in voorjaar 2013 dan misschien tegen, maar er is wel zonnig nieuws over recent verschenen publicaties uit onze onderzoeksgroep! Het regent publicaties. Hieronder een overzicht van geaccepteerde papers waaraan verschillende onderzoekers uit onze groep meewerkten.

1) Narratieven in gezondheidscommunicatie

Boeijinga, A., Joling, C., Hoeken, H. & Sanders, J. (geaccepteerd). Narratieve interventies verleiden tot gezonder gedrag: gebruik verhalen met een focus op postintentionele factoren om de kloof tussen intentie en gedrag te overbruggen. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen.

In dit artikel bepleiten wij een alternatieve strategie voor gezondheidsbevordering: persoonlijke verhalen met een focus op postintentionele factoren ter overbrugging van de intentie-gedrag kloof. Verhalen kunnen concrete strategieën bieden om intenties om te zetten in gedrag en hebben als bijkomend voordeel dat zij informatieverwerking vergemakkelijken, waardoor de boodschap voor een groter en breder publiek toegankelijk wordt. Dit maakt deze strategie met name interessant voor doelgroepen met een lagere sociaal economische status (SES) en gezondheidsvaardigheid (health literacy), zoals vrachtwagenchauffeurs.

2) Vreemde talen in productadvertenties

Hornikx, J., Meurs, F. van, & Hof, R.-J. (2013). The effectiveness of foreign-language display in advertising for congruent versus incongruent products. Journal of International Consumer Marketing, 25 (3), 152-165. (pdf)

Vreemde talen worden veel gebruikt in reclameadvertenties, met name Engels. Volgens literatuur uit de sociolinguïstiek en reclame over foreign language display zouden deze vreemde talen bepaalde associaties oproepen waardoor de advertentie effectief kan zijn – ondanks dat consumenten de taal in de advertentie vaak niet begrijpen. De effectiviteit van vreemde talen zou groter moeten zijn naarmate de gebruikte talen goed passen bij het product in de advertentie (Domzal, Hunt, & Kernan, 1995; Hornikx & Starren, 2006). Frans zou bijvoorbeeld beter passen bij parfum dan bij televisies omdat consumenten een positieve link hebben tussen Frankrijk en parfum en geen link tussen televisies en Frankrijk. Om empirisch te toetsen of vreemde talen inderdaad effectiever zijn bij passende producten is een experiment opgezet. Honderdvijftig proefpersonen beoordeelden een aantal advertenties waarin de link vooraf was gepretest als passend (bijvoorbeeld Spanje – sinaasappels vanwege een advertentie over sinaasappels met Spaans) en als niet-passend (bijvoorbeeld Spanje – wasmachine vanwege een advertentie over een wasmachine met Spaans).De advertenties bevatten Duitse, Franse of Spaanse slagzinnen en de beoordelingen betroffen de gepercipieerde kwaliteit, de productattitude en de aankoopintentie. In alle drie de gevallen bleken advertenties  overtuigender wanneer de vreemde taal paste bij het product dan wanneer die taal niet paste.

3) Tekstuele betrokkenheidelementen in personeelsbladen

Liebrecht, C. & Sanders, J. (geaccepteerd). Betrokken bladen. Een categorisatiemodel voor tekstuele betrokkenheidelementen in personeelsbladen. Tijdschrift voor Taalbeheersing.

Een veelgenoemd doel van het personeelsblad is om de betrokkenheid van de medewerkers met de organisatie te verhogen (Kikkert, 1988; Smith, 1997; Van Ruler, 1992), Toch is er verrassend weinig onderzoek gedaan naar de wijze waarop personeelsbladen deze doelstelling in de praktijk nastreven, en is er voor zover wij weten geen empirische aanwijzing voor het effect van personeelsbladen op de betrokkenheid van medewerkers. Voor dit onderzoek is een categorisatiemodel geconstrueerd met drie tekstuele betrokkenheidkenmerken in personeelsbladen: de bron, het informatiesoort en de functie van een artikel. In een corpusonderzoek analyseerden we twintig Nederlandse personeelsbladen om hoogbetrokken en laagbetrokken bladen van elkaar te onderscheiden. Om dit model te toetsen werd bij twee organisaties met een hoogbetrokken en twee met een laagbetrokken blad een survey uitgevoerd waarmee de relatie tussen de invulling van het blad en de betrokkenheid van de medewerkers werd bevraagd. Medewerkers die een hoogbetrokken blad lezen zijn meer betrokken bij de organisatie dan medewerkers die een laagbetrokken blad lezen. Het gepresenteerde model blijkt geschikt om betrokkenheidelementen te categoriseren en een onderscheid te maken tussen hoog- en laagbetrokken personeelsbladen.

4) De taal in online counselling

Stommel, W. (2012) Salutations, closings and pronouns; some aspects of recipient design in online counselling. Journal of Communication and Medicine 9 (2), p.145-158.

Je volgt een cursus om beter te leren omgaan met psychische problemen en wordt daarbij via e-mail ondersteund door een coach. Hoe spreek je je coach aan in een e-mail, en wat doe je als je coach formeler blijft dan jij? In dit artikel buig ik me over drie aspecten van “recipiënt design” in het e-mailcontact tussen coaches en cliënten: aanspreekvorm, aanhef en afsluiting. Recipient design heeft betrekking op de norm dat we onze uitingen aanpassen aan de gesprekspartner. Bijvoorbeeld, als een coach “je” gebruikt in antwoord op een e-mail waarin jij hem/haar met “je” aansprak laat hij/zij recipiënt design zien. In institutionele contexten is dit erg belangrijk, omdat het niet afstemmen van je taalgebruik op de gesprekspartner schadelijk kan zijn voor de professionele relatie. Hoewel de deelnemers zich over algemeen in het e-mailcontact met deze drie aspecten (aanspreekvorm, aanhef en afsluiting) aan de norm van recipiënt design houden, blijken coaches er soms moeite mee te hebben. Het zou kunnen dat de communicatietechnologie (e-mail) ervoor verantwoordelijk is dat coaches “vergeten” hoe ze hun taalgebruik op de afzonderlijke cliënt moeten afstemmen of over het hoofd zien dat ze geprefabriceerde tekst aan de specifieke cliënt moeten aanpassen. Dit gaat mogelijk ten koste van de professionele relatie en het imago van online hulpverlening.

5) Exemplars in fondswervingsbrieven

Van Krieken, K., & Hornikx, J. (2013). De effecten van other-benefit appeals, self-benefit appeals en exemplars bij het werven van vrijwilligers voor charitatieve organisaties. Tijdschrift voor Taalbeheersing, 35 (1), 82-99.

In onderzoek naar de effectiviteit van wervingsbrieven is het inspelen op de belangen voor een ander (other-benefit appeal) regelmatig vergeleken met het inspelen op de belangen voor de lezer zelf (self-benefit appeal). Omdat bij deze vergelijkingen de belangen inhoudelijk van elkaar verschilden, zijn in het huidige onderzoek de voordelen van gepropageerd gedrag in alle condities gelijkgehouden. Hiertoe werden exemplars ingezet. Wervingsbrieven met een exemplar werden tevens vergeleken met wervingsbrieven zonder exemplar om de effecten van exemplars na te gaan. Een experiment werd uitgevoerd met een 2 (type appeal) x 2 (met exemplar/zonder exemplar) tussen-proefpersoonontwerp (N = 120). De other-benefit appeal bleek overtuigender te zijn dan de self-benefit appeal. Brieven met een exemplar waren weliswaar niet overtuigender dan brieven zonder exemplar, maar werden wel beter gewaardeerd. Dit effect werd volledig gemedieerd door de levendigheid en de begrijpelijkheid van de brief.

6) Het effect van doelintenties in gezondheidscommunicatie

Vet, R., de Wit, J.B.F., & Das, E. (in press). Bridging the gap to get a shot: The role of implementation intention formation in promoting hepatitis B vaccination uptake among men who have sex with men. International Journal of STD & AIDS.

De studie testte de effecten van het formeren van (sterke, zwakke) doelintenties en (complete, incomplete) implementatie intenties op vaccinatie tegen HBV onder homomannen (N = 616). Het formeren van een sterke doelintentie en complete implementatie intentie voorspelde vaccinatiegedrag. De bevindingen illustreren de voordelen en uitdagingen bij het gebruik van implementatie intentie interventies om seksueel risicogedrag te voorkomen.

Share this on social networks

Leave a Reply