Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Moord in de krant: drie journalistieke verleidingstactieken

Elke week verschijnt op deze site een bijdrage van één van onze onderzoekers over communicatie in onderzoek en praktijk. Deze week: Kobie van Krieken over journalistieke moordverhalen.

En toen was Het Proefschrift opeens af. Op deze gebeurtenis volgde een reeks uiteenlopende emoties: verbazing (is het echt af?), blijdschap (het is af!), twijfel (is het wel goed genoeg?), paniek (het is vast niet goed genoeg!), en, ten slotte, treurnis. Want ik had me de afgelopen jaren met veel plezier ondergedompeld in de wereld van de journalistieke misdaadverhalen en ik had daar met alle liefde nog een poosje in willen verblijven – al was het maar vanwege de rijkdom aan koppen die journalisten boven hun artikelen plaatsen.

Vorige week schreef collega Rob le Pair al over de kracht waarmee een goed gekozen kop de lezer kan verleiden. Dit besef moet ergens tegen het einde van de negentiende eeuw ook de Nederlandse journalistiek zijn binnengedrongen. Voor die tijd kreeg namelijk lang niet elk krantenbericht een eigen kop. Onder verzamelkoppen als Allerlei en Gemengde Berigten stond vaak een reeks berichten over, inderdaad, gebeurtenissen van allerlei aard. In aanloop naar de eeuwwisseling leken journalisten zich steeds meer bewust te worden van het nut van een kop boven een bericht: vanaf die tijd treffen we in kranten niet alleen méér koppen aan, maar ook meer tot de verbeelding sprekende koppen.

Verleidingstactieken

Een kijkje in mijn verzameling historische krantenartikelen leert ons dat koppen boven artikelen over moord grofweg in drie categorieën zijn in te delen, elk met een geheel eigen verleidingstactiek.

Ten eerste is daar de kop die de aandacht vestigt op de locatie van de moord. Aanvankelijk ging het daarbij doorgaans om de geografische locatie (Moord te Rotterdam (1892), Moord te Weert (1898), enz.); later werd de locatie specifieker: Moord in een meisjeskostschool (1909), Moord in woonwagenkamp (1950) en Dubbele moord in taxi (1958). Het zijn, zo u wilt, de Agatha Christie’s onder de krantenkoppen (vergelijk haar Moord in de pastorie en het ongeëvenaarde Moord in de Oriënt-express). De keuze voor een dergelijke locatiekop signaleert dat het verhaal zich zal ontvouwen als een klassieke whodunit. De lezer is verleid omdat de lezer wil weten wie de moord gepleegd heeft.

Bruid_moordenares

Ten tweede is er de kop die de aandacht vestigt op de moordenaar. Daarbij kan het gaan om een typering van de moordenaar aan de hand van zijn of haar beroep (Korporaal en verpleegster ruimden vrouw uit de weg (1960)) of zijn of haar relatie tot het slachtoffer (Stiefzoon doodde “Rooie Karel” met een schaar (1969)). Maar ook koppen die de aandacht op een saillant detail vestigen doen het goed, zoals: Een bruid als moordenares (1907). De lezer is verleid omdat de lezer het motief voor de moord wil leren kennen, zeker als, zoals in het laatste voorbeeld, de dader zich in een gelukkige en hoopvolle levensfase lijkt te bevinden.

Ten derde is er de kop die het motief voor de moord direct uit de doeken doet. Naast de veelgebruikte kop Een moord uit jalousie vinden we in deze categorie ook terug: Moord na ruzie om een vernielde lampekap (1950) en Ruzie om betalen halve haan liep uit op moord (1971). De lezer is verleid omdat de lezer wil weten hoe een ogenschijnlijk onschuldige gebeurtenis als het kopen van een halve haan in godsnaam kan eindigen in moord. De lezer hoopt, met andere woorden, inzicht te verkrijgen in de relatie van het menselijke tot het onmenselijke, van het verklaarbare tot het onverklaarbare. Dat is ijdele hoop. Na honderden journalistieke moordverhalen te hebben gelezen is het mij nog steeds een volslagen raadsel waarom een mens het leven van een ander mens zou beëindigen. Laat staan de levens van 49 andere mensen.

Kobie’s personal page →

Share this on social networks

Leave a Reply