Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Minder vaccineren? Meer communiceren!

Elke week verschijnt op deze site een bijdrage van één van onze onderzoekers over communicatie in onderzoek en praktijk. Deze week: Inge Stortenbeker, over vaccineren en communiceren.

Gisteren plofte ik na een lange dag thuis op mijn bank. Hersens uit, tv aan. Een heerlijk moment waarbij ik soms het liefst de meest foute tv-programma’s kijk. Een echte guilty pleasure van mijn vriend en mij. Ik viel middenin bij “Chantal blijft slapen” en vervolgde met “Beste Kijkers”. Een cabaret-achtige show van Ruben Nicolai over het wel en wee op de Nederlandse televisie. Nu heb ik alleen een tic. Ik zap tijdens reclames. Altijd. Gisteravond mislukte dat voordat ik eigenlijk goed begonnen was. Terwijl ik vanaf NPO 1 mijn vertrouwde zapronde wou maken tot het drama van TLC (16 tv-stations verder), bleef ik al hangen bij de tweede zender.

Op NPO 2 was een uitzending van Nieuwsuur gaande en er startte net een item over het rijksvaccinatieprogramma. ‘s Ochtends had ik er al een stuk over gelezen de krant (http://www.volkskrant.nl/wetenschap/-waarom-zou-ik-nog-mijn-kind-inenten~a4416662/) en gezien mijn interesse in gezondheidscommunicatie moest ik toch even blijven kijken.

Trend tot minder vaccineren

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vermeldde gisteren dat ze twee miljoen extra zou uittrekken voor gesprekken met ouders over inenten. Het blijkt dat er de afgelopen twee jaar een trend gaande is van hoogopgeleide ouders die steeds vaker vraagtekens zetten bij het inenten van hun kinderen.

afb-inge-1

Bewust en gezond levende ouders willen niet zomaar hun kroost laten volspuiten met allerhande soorten middelen waarbij ze zelf hun twijfels hebben of ze wel nodig zijn. Bovendien maken ze zich ongerust over mogelijke bijwerkingen. Een kritische houding die ik mij goed kan voorstellen. Je wilt wel zeker zijn dat jouw kind baat heeft bij dit soort medische ingrepen. Niet zomaar blind volgen wat het rijk je aanraadt en met een kritische blik het programma evalueren; mijns inziens zeker geen slechte eigenschap.

Relatie vaccin en autisme

Deel van die zorgen is helaas gebaseerd op een frauduleuze studie uit 1998. Ook wel de “Wakefield Affaire” genoemd. De Britse onderzoeker Andrew Wakefield stelde dat er een relatie was tussen het BMR-vaccin (bof, mazelen en rodehond) en voorkomen van autistisch spectrum stoornis. Nota bene was het stuk gepubliceerd in The Lancet – een van de meest vooraanstaande medische tijdschriften. Klinkklare onzin bleek achteraf. Onderzoek heeft tot de dag van vandaag geen aantoonbare relatie kunnen laten zien tussen het BMR-vaccin en autisme.

Verhalen in de media

Maar het kwaad is geschied. Het gerucht over de mogelijke bijwerking blijft rondzingen op de sociale media. Het verhaal dat inenten kan leiden tot autisme blijft bestaan. En precies dit soort verhalen zorgt ervoor dat mensen ongerust zijn over bijwerkingen van dergelijke vaccinaties. Verhalen zijn vaak sterker dan gewoon feitelijke informatie. Een verhaal weet mensen te boeien en het blijft hangen. De media maken hier vaak graag gebruik van.

De redactie van Nieuwsuur had ter ondersteuning van de discussie een moeder geïnterviewd die een verband legt tussen het BMR-vaccin en de hersenbeschadiging die haar zoon opliep. Een enorm schrijnend verhaal. Pijnlijk verrast door het gekozen verhaal keek ik naar de uitzending. Ik kreeg de indruk dat Nieuwsuur een sensationeel verhaal gebruikte ter ondersteuning van het item. Effectbejag in plaats van het presenteren van inhoudelijke informatie. Veel achtergrondinformatie krijg je als kijker dan ook niet.

Precies dit soort verhalen van ongeruste moeders blijven hangen. Niet het feit dat de jongen pas 14 maanden na het vaccin de klachten kreeg. Niet het feit dat de voorzitter van de vereniging van jeugdartsen die geïnterviewd wordt ervan overtuigd is dat dit verband, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, uit te sluiten valt. Ik snap dat dit soort verhalen ter illustratie werkt. Een verhaal over een kind dat níet ziek wordt vanwege de vaccinatie is immers ook lastig over te brengen. Maar de impact is groot.

afb-inge-2

Impact van media bij vaccinatie

Zo hebben we met onderzoek aangetoond dat er een verband is met de hoeveelheid blootstelling aan media, en het vaccineren van het HPV-virus. Hoe meer meisjes ten tijde van de introductie van het nieuwe vaccin aangaven dat zij veel de media hadden gevolgd, hoe sneller ze geneigd waren zich niet te laten inenten. Nu ligt het verhaal van het HPV-vaccin wel een stukje ingewikkelder (vaccin werkt maar voor twee vormen van HPV, HPV leidt lang niet altijd tot baarmoederhalskanker, en HPV is seksueel overdraagbaar terwijl de meiden op hun twaalfde al het vaccin krijgen), toch lijkt een deel van het uitblijven van succes van het HPV-vaccin toe te schrijven aan het media-gebruik van jonge meiden.

Twee miljoen voor gesprekken

Het illustreren van dergelijke verhalen zoals die van Nieuwsuur kan leiden tot alleen maar meer zorgen bij ongeruste ouders. Waar vroeger nog kinderen stierven aan de gevolgen van bof of polio, komen deze ziekten nauwelijks meer voor dankzij het rijksvaccinatieprogramma. Er bestaat veel wetenschappelijk onderzoek naar de bijwerkingen van het vaccin en nog altijd worden mogelijke bijwerkingen geregistreerd en bijgehouden. Nu rust de taak bij de jeugdartsen om ouders dit rustig uit te leggen. Verhalen van ongeruste ouders over (soms foutieve) opvattingen over bijwerkingen geïllustreerd in de (sociale) media kunnen in een goed gesprek weerlegd worden. Het RIVM trekt er twee miljoen voor uit.

Overigens wist Nieuwsuur-journaliste Mariëlle Tweebeeke dat plan nog even in twijfel te trekken. Waarom werd dat geld niet gewoon in meer onderzoek gestoken? Toen viel ik toch bijna van mijn bank van verbazing. Alsof de een het ander uitsluit. Alsof goede communicatie in het consultatiebureau niet net zo belangrijk is. Zolang artsen niet de tools of tijd hebben voor een goed gesprek, zal de trend tot minder vaccineren alleen maar groeien. Zelfs als er nog meer wetenschappelijk onderzoek bestaat over mogelijke bijwerkingen. Het RIVM doet er goed aan juist extra in te zetten op communicatie. Het is de sleutel tot goede, juiste voorlichting voor het maken van gegronde keuzes. Een mooie investering die het belang van goede communicatie in de spreekkamer benadrukt.

Grommend van ergernis over die laatste vraag zag ik dat Nieuwsuur over ging naar een ander onderwerp. Snel kon ik terugzappen naar Ruben Nicolai om nog een laatste stukje vermaak mee te krijgen. Lachen om slappe grappen. Ik was er stiekem wel weer aan toe.

 

Hier een link naar de uitzending:

http://www.npo.nl/nieuwsuur/17-11-2016/VPWON_1248647

Leave a Reply