Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Geschreeuw over wetenschappelijke integriteit

anikaElke week verschijnt op deze site een bijdrage van één van onze onderzoekers over communicatie in onderzoek en praktijk.

Deze week: Anika Batenburg over geschreeuw over wetenschap.

Geschreeuw in de wetenschap

Er wordt aardig wat afgeschreeuwd over de wetenschap en haar integriteit; het lijkt helemaal mis. Op fora beklagen mensen zich over hun gebrek aan vertrouwen, vrienden vragen aan mij: “goh.. maar… jij kunt toch gewoon achteraf dingen rechtbreien die eigenlijk krom zijn?”, en ook in de media wordt veelvuldig aandacht besteed aan wetenschappelijke integriteit. Ik wil zeker niet beweren dat deze aandacht onterecht is, anders had ik me ook niet zo betrokken gevoeld, maar ik denk wel dat het goed is als we een genuanceerder beeld schetsen van waar al het geschreeuw nu eigenlijk om draait. Als we beter weten waar we over praten, kunnen we gezamenlijk ook op zoek naar mogelijke oplossingen.

Laten we dan eens beginnen bij het geschreeuw. Het geschreeuw lijk te worden overheerst door zwart-witdenken, achterdocht en fraudegevallen als Diederik Stapel. Allereerst Diederik Stapel. Zonder dat ik al te veel aandacht wil besteden aan deze man is hij in Nederland wel de grote trigger geweest voor de discussie rondom onderzoeksintegriteit. Voor degene die wat vergeetachtig is: Diederik is in 2011 betrapt op fraude binnen de wetenschap. Hij verzon studies met ‘catchy’ onderwerpen en zat vervolgens op zolder stiekem zelf data in te voeren om op die manier prachtige studieresultaten te publiceren. Denk bijvoorbeeld aan het onderzoek dat liet zien dat mensen hufters werden als ze aan vlees dachten. Diederik is mijns inziens een extreem geval, ik geloof niet dat veel wetenschappers op een zolderkamer tegen heug en meug alle M&M’s opeten die eigenlijk voor zogenaamde proefpersonen bestemd waren. Maar deze fraudezaak heeft er wel voor gezorgd dat de kwaliteit van onderzoek binnen de sociale psychologie (en later andere onderzoeksvelden) onder de loep werd genomen, en er werd al snel geroepen dat het hele veld last had van “sloppy science” of “questionable research practices”.

Wetenschappelijk gerommel

Met andere woorden, niet iedereen lijkt even netjes om te gaan met de data die worden verkregen. Bepaalde datamanipulaties kunnen (bewust of onbewust) zorgen voor betere studieresultaten. Voordat Diederik door de mand viel werd er binnen de wetenschap al wel degelijk aandacht besteed aan het gevaar van “questionable research practices”. Zo publiceerden Simmons, Nelson, en Simonsohn in 2011 een artikel over bepaalde handelingen die de kans vergroten op het vinden van resultaten die eigenlijk niet kloppen. Dit soort artikelen krijgen echter veel minder aandacht dan een flitsend nieuwsitem over een fraudegeval. Het werkelijke geschreeuw begon dan ook met een (terechte) beschuldiging van Diederik, veelal neergezet als een aandachtsgeile gek geobsedeerd door succes, die de naam van wetenschap te grabbel heeft gegooid.

En daar begon de achterdocht: wie kunnen we wel vertrouwen en wie niet? En het zwart-witdenken: er bestaan ‘goede’ en ‘foute’ wetenschappers. Eén van de oplossingen die vaak wordt genoemd is dat er meer aandacht moet komen voor replicatiestudies. Met andere woorden, eenzelfde studie moet herhaald worden met een andere steekproef om te bekijken of dan nog steeds dezelfde uitkomst wordt gevonden. “Fact-checking” zorgt echter niet voor een flitsende carrière binnen de wetenschap. Replicaties krijg je moeilijk gepubliceerd. Innovatieve bevindingen zorgen voor een grotere kans op publicatie en onderzoeksprijzen. Omdat replicaties niet zo populair zijn maar repliceren wel belangrijk is, zijn er een aantal projecten opgezet om replicaties te stimuleren (voor voorbeelden, check de link naar het artikel onderaan).

Helaas lijken dit soort projecten nog wel eens te worden ervaren als een ‘heksenjacht’, oftewel we gaan met vingertjes wijzen. Wanneer een replicatiestudie de originele bevindingen niet aantoont beginnen wetenschappers naar elkaar te schreeuwen en met modder te gooien. Je kunt online schaamteloze welles-nietesdiscussies vinden waar wetenschappers pijnlijk op elkaars teentjes trappen (GTST is er niets bij). Maar één replicatie zonder resultaat betekent niet automatisch dat de originele studie door een fraudeur is uitgevoerd. De replicatie zorgt immers enkel voor een beetje extra informatie; met de ene steekproef komt de verwachting wel uit, met de andere steekproef niet. Deze uitkomst zou eerder tot nieuwe onderzoeksvragen moeten leiden.

calimero

“Het systeem is groot, en ik ben klein; en dat is niet eerlijk!”

Ik denk daarom dat het goed zou zijn als we het oppervlakkige geschreeuw en het wijzen met vingertjes achter ons laten en ons gaan focussen op het grote geheel, en onze eigen rol als onderzoeker binnen dat geheel. Op deze manier komen we hopelijk tot nieuwe inzichten. Is al het geschreeuw terecht? Wat is nu eigenlijk de kern van het probleem? Kunnen we hier iets aan doen? En zo ja, hoe dan?

Dr. Jos Hornikx en ik hebben voor een Perspectief-nummer van het Tijdschrift voor Taalbeheersing een eerste aanzet gedaan om ook binnen de Taalwetenschap de integriteitsdiscussie op gang te brengen (voor het artikel, zie onder). In dit artikel benaderen we de wetenschap als een systeem gebaseerd op schaarste (gebaseerd op de ideeën van McQuarrie; 2014), beschrijven we de problemen die daaruit voortvloeien en benoemen we mogelijke oplossingen die al eerder door wetenschappers zijn aangedragen. Het idee is dat andere onderzoekers op dit artikel reageren, om samen een completer en genuanceerder beeld te vormen.

Dus, laten we uit onze slachtofferrol stappen. Ja, het systeem is groot en het zit ingewikkeld in elkaar. Maar het systeem is ook iets dat we samen hebben gecreëerd, en is daarmee niet statisch. Ik heb er dan ook alle vertrouwen in dat we ons als kudde wetenschappers langzaam de goede kant op kunnen bewegen.

Een link naar het hoofdartikel voor het Perspectief-nummer van het Tijdschrift voor Taalbeheersing vind u hier:
http://joshornikx.ruhosting.nl/?p=1261

Collega’s uit het vakgebied worden uitgenodigd om te reflecteren op de geschetste problemen en op mogelijke oplossingen. In een Perspectief-nummer van het Tijdschrift voor Taalbeheersing zullen deze reacties uit het veld tegelijk verschijnen met de hoofdbijdrage en met een samenvattend slotwoord.

De redactie nodigt wetenschappers van harte uit om te reageren op de hoofdbijdrage, daarbij gelden de volgende regels:

  • Een reactie heeft een informatieve titel die de lading dekt van de bijdrage en die afwijkt van de titel van de hoofdbijdrage.
  • De eerste optie is een reactie van maximaal 2000 woorden lang (inclusief referenties). Een andere optie is een langer artikel; de lengte wordt dan overlegd met de redactie.
  • Vermijd zoveel mogelijk redundantie met het hoofdartikel. Als u ingaat op een bewering of mening in het hoofdartikel is het uiteraard wel nodig om daarnaar te verwijzen.
  • Reacties worden onderworpen aan een peer-reviewproces waarbij de aandachtspunten vooral de onderbouwing, begrijpelijkheid en leesbaarheid zijn.

U kunt uw reactie uiterlijk 15 juni opsturen naar het redactiesecretariaat: n.hemmen@rug.nl (Noortje Hemmen).

Leave a Reply