Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Forensische taalkunde

Roundtable Germanic Society for Forensic Linguistics

gsfl_logo

De Germanic Society for Forensic Linguistics (GSFL) organiseerde van 5 tot en met 7 september de tweede Roundtable in Mainz (Duitsland). Het doel van de Roundtable is om een platform te bieden aan zowel wetenschappers als mensen uit de praktijk die zich bezig houden met taal en recht. De Roundtable is met nadruk óók gericht op andere talen dan Engels en op andere rechtssystemen dan het Angelsaksische.

foto_guusje_jolGuusje Jol (CLS) was mede-organisator van de Roundtable en doet verslag.

Vrijdag 5 september

De vrijdag begon met een programma speciaal voor studenten over onderwerpen als:

  • Presenteren
  • Posterpresentaties
  • Een schrijfworkshop
  • Carrière perspectieven in forensische taalkunde

Tijdens de schrijfworkshop en de carrièreperspectieven ben ik er even tussenuit gepiept om het Gutenberg museum te bezoeken, met de Gutenberg bijbels. Die moet je gezien hebben als je daar bent.
Het laatste onderwerp van de dag was een panel sessie (waarin ook ondergetekende plaats had) waarbij studenten vragen konden stellen over werk in forensische taalkunde. Er kwamen veel onderwerpen ter sprake, onder meer over hoe forensische taalkunde meer in beeld zou kunnen komen. Iedereen kent de forensische psycholoog/profiler, maar de taalkundige is meestal nog niet aanwezig. Zou een CSI-achtige opzet wat zijn?

Zaterdag 6 september

Kwart voor negen beginnen op zaterdagochtend is best heftig. Zeker als de batterij van je telefoon er ‘s nachts mee ophoudt, zodat het alarm niet afgaat. Maar gelukkig was de catering, inclusief koffie, goed verzorgd. En de lezingen waren opwindend genoeg: de eerste keynote spreker had het over taalgebruik in het Nederlandse rechtssysteem. We kennen allemaal de Amerikaanse juryrechtspraak van tv, met de getuigen die onderworpen worden aan een kruisverhoor. In Nederland werkt het anders, wat ook leidt tot een andere inzet van talige middelen.

De tweede spreker ging in op de manier waarop Britse politieagenten getraind worden. Eén van de dingen die ze besprak, was hoe lastig de balans kan zijn tussen de ‘eigen woorden’ van de getuige of de verdachte handhaven enerzijds en anderzijds zorgvuldigheid bij het overnemen van terminologie van een verdachte of slachtoffer. (Als de verdachte het slachtoffer ‘trut’ noemt, is het beter om als politieagent vragen als ‘en wat deed die trut toen?’ te vermijden.)

De rest van de dag was gevuld met uiteenlopende, boeiende presentaties. De meest spectaculaire was misschien wel die van Terry Royce uit Australië. Hij besprak hoe hij talige kennis inzet bij de training van politie onderhandelaars. Deze mensen worden ingezet bij mensen die zelfmoord dreigen te plegen, of die rondlopen met een bom. Hij liet ook stukjes video zien van onderhandelingen en besprak de verschillende moves die de onderhandelaar maakte. Grappig detail was dat hij betrokken was geraakt bij de opleiding doordat hij tijdens een barbecue (waar anders?) stond te praten met een politieagent die het werk van academici, en in het bijzonder taalkundigen, niet erg nuttig vond. Ook was er een goed bezochte postersessie.

Aan het einde van de dag was er het conferentiediner in een tot restaurant omgebouwde kerk. Het restaurant was erg toepasselijk ‘Heiliggeist’ genaamd. Daarna waren sommigen (niet ik) nog fris genoeg om naar het wijnfestival te gaan dat dat weekend ook in Mainz plaatsvond.

Zondag 7 september

Op zondagochtend begonnen we met een prikkelende lezing over de werkdefinitie van anti-semitisme van een EU werkgroep. Dat klinkt nog niet zo spannend, maar de spreekster liet zien hoe deze werkdefinitie gevormd was door lobbygroepen, en dat het gevolg was dat de ‘definitie’ niet geschikt was voor de juridische toepassingen waarvoor ze wel bedoeld was. De tweede lezing ging over afscheidsbrieven van mensen die zelfmoord hadden gepleegd. En hoe je die kunt onderscheiden van vervalsingen op basis van talige kenmerken.

In de sessies daarna bezocht ik onder meer een presentatie over merknamen en de bescherming daarvan. Het belangrijkste criterium bij beslissingen over al dan niet inbreuk op een merknaam is of er verwarring kan ontstaan. De (Duitse) rechters die daarover een oordeel geven, doen dat vooral op basis van hun onderbuikgevoel, zonder naar taalkundigen te willen luisteren. Het resultaat is dat de beslissingen willekeurig zijn, en dat niet te voorspellen valt hoe een rechtszaak af zal lopen.

Een andere presentatie ging over fonetiek en of blinden beter zijn in stem- en spraakherkenning dan personen zonder visuele beperking. Tegen de verwachtingen in bleek dat lang niet op alle punten het geval te zijn.

Zowel op zaterdag als op zondag zijn er Awards uitgereikt aan de onlangs overleden Peter Tiersma en Sue Blackwell, voor hun bijdragen aan de forensische taalkunde. De Roundtable werd afgesloten met een dankwoord aan iedereen die had bijgedragen aan de organisatie en het programma. Zo’n afsluiting is ook altijd een goed moment voor goede voornemens: één van de plannen voor volgend jaar is meer forensische fonetiek in het programma omdat forensische fonetiek en forensische taalkunde steeds meer gescheiden werkvelden lijken te worden.

Tegen die tijd begon het ook door te dringen dat de Duitse spoorwegen hadden aangekondigd dat er wellicht een staking zou komen. Dus met een voldaan gevoel en geïnspireerde geest spoedde ik mij naar het station.

gsfl_afb

Guusje Jol – personal page →

Leave a Reply