Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

De verkiezingen komen eraan. Ook voor laaggeletterden?

Elke week verschijnt op deze site een bijdrage van één van onze onderzoekers over communicatie in onderzoek en praktijk. Deze week: Wilbert Spooren, over laaggeletterdheid in verkiezingstijd. 

In de jaren ’80 kon je in Amerika auto’s zien rondrijden met een bumpersticker waarop een tekst stond als “mijn mening past niet op een sticker”.

Daaraan moet ik vaak denken als ik weer lees over de tweets van zekere politici met bepaalde haargesteldheid. Zeker in verkiezingstijd is getetter in 140 tekens niet van de lucht.

Politici overstromen ons op allerlei manieren met oproepen om toch vooral op hén te stemmen. Met verkiezingsposters (in Den Bosch is een poster van de PVV gezien waarop een grappenmaker “mam” had bijgeschreven — “Nederland is weer van ons mam”), in verkiezingsdebatten (al dan niet met de premier en de voorman van de PVV), met flyers, folders, Facebookpagina’s, tweets, partijprogramma’s (variërend van één tot zestig pagina’s dik), radiointerviews en wat dies meer zij.

Voor een gewoon mens is al die informatie nauwelijks te behappen. Miljoenen mensen nemen daarom hun toevlucht tot een stemadvieshulp zoals Kieskompas. Je geeft je mening over 30 stellingen en er rolt een advies uit bij welke partij jouw mening het beste past. Op die stemadvieshulpen valt van alles af te dingen. Zo is de keuze van de stellingen (afgeleid uit de verkiezingsprogramma’s en het resultaat van veel polderen en onderhandelen) en de formulering ervan controversieel. Recent nog betoogde onze Utrechtse collega Bregje Holleman dat framing (rubriceren we een stelling als “Verkeersoverlast dient te worden tegengegaan” onder het kopje ‘Milieu’ of onder ‘Bereikbaarheid’?) en polariteit (vergelijk “Het terugdringen van verkeersoverlast dient te worden bevorderd”) van grote invloed zijn op de uitkomst van de peiling. Desalniettemin zijn miljoenen Nederlanders o zo blij dat ze nu een onderbouwde stem uit kunnen brengen zonder dat ze die eindeloze partijprogramma’s hoeven door te nemen.

Ons stemrecht is een basisrecht voor iedere Nederlander. Toch wordt sinds jaar en dag een grote groep Nederlanders uitgesloten van dat basisrecht, doordat de informatie die bedoeld is om dat recht uit te oefenen voor hen niet of lastig toegankelijk is. Het gaat hier om de groep van 1,3 of 2,5 (afhankelijk van hoe je telt) miljoen Nederlanders die laaggeletterd zijn. In het verleden zijn verschillende pogingen om die 1 op 9 Nederlanders tegemoet te komen.

Een heel mooi initiatief uit 2010 was het Visuele Kieskompas van André Krouwel, dat nog steeds op internet te raadplegen is. De stellingen zijn te lezen, maar ze worden tegelijkertijd ook voorgelezen en er is een grafische afbeelding van de inhoud van de stelling. En je keuze maak je door op duimpjes te klikken in plaats van keuzes als “helemaal mee oneens”.

Helpt het? Dat is de vraag. Een stelling als “Alle volwassenen zijn automatisch orgaandonor, tenzij zij nadrukkelijk hebben aangegeven dat niet te willen” kan op allerlei commentaar van de tekstvereenvoudiger rekenen: de universeel kwantificerende uitspraak “alle volwassenen zijn orgaandonor” is behoorlijk abstract, de zin bevat een dubbele negatie (“tenzij”…”niet”) en de ingebedde concessieve bijzin maakt de grammaticale en semantische complexiteit hoog. Bovendien hebben we hier te maken met een ‘double-barreled question’: als ik “niet mee eens” kies, waar reageer ik dan op? Op de hoofdzin? Op de bijzin? Op de relatie tussen beide? Op twee van deze drie opties? Of op alle drie? En dan heb ik het nog niet over het plaatje: daarop zien we drie kleine poppetjes met een oog, een lever en een paar longen in hun hand, drie grote poppetjes met vergelijkbare organen en een groter poppetje dat een bord draagt waarop een long is doorgekruist en zijn hand afwerend opsteekt. Ben ik op een congres van orgaanverzamelaars en heeft die rechter man een dubbele? Als ik de stelling niet zou kennen, zou ik de link met orgaandonatie waarschijnlijk niet leggen.

Het probleem is dat abstracte politieke informatie zich maar lastig in concrete beelden laat vastleggen. Vandaar dat de tekenaar veelvuldig gebruik heeft gemaakt van metaforen (beeldspraak) en metonymie (waarbij een plaatje van een orgaan staat voor het doneren van dat orgaan). Ik ben dan ook niet verbaasd dat het initiatief voor zover ik weet geen opvolging heeft gekregen.

Een ander nobel maar misschien niet heel erg goed gelukt initiatief is van een zorginstelling in Oost-Nederland, samen met de gemeente, in het kader van de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2014: om de teksten van de lokale politieke partijen toegankelijker te maken werden ze door een tekstbureau herschreven ‘op B1-niveau’ (wie over de controverse rondom het nut van B1-teksten wil lezen kan terecht bij Braat, 2015 en Jansen, 2013).

Op verzoek van de zorginstelling deden we onderzoek naar het succes van de ingreep: zijn de teksten leesbaarder, worden ze begrijpelijker en toegankelijker gevonden, en zetten ze de lezer meer aan om te gaan stemmen? Alle goede intenties ten spijt blijkt de praktijk weerbarstig. Tekstanalyse liet zien dat er weinig begrijpelijkheidsverschillen waren tussen de oorspronkelijke en de vereenvoudigde versies. Een vragenlijst onder 300 burgers van de gemeente wees uit dat de oorspronkelijke versies begrijpelijker gevonden worden, hoger gewaardeerd worden en een hoger rapportcijfer krijgen dan de herschreven versies. Alleen op het punt bereidheid om te gaan stemmen verschillen de teksten niet. De conclusie moet dan ook zijn dat de vereenvoudiging niet het gewenste effect heeft.

Het toegankelijk maken van verkiezingsinformatie blijkt niet eenvoudig: politiek is iets abstracts, of je daar nu korte zinnen en concrete plaatjes of woorden voor gebruikt of niet. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om middelen te bedenken om iedereen toegang te geven tot dergelijke informatie. Juist in een tijd van schreeuwpolitiek is dat belangrijker dan ooit.

 

Verder lezen

Braat, M. (2015). Vitamine B1 maakt de overheid niet beter. Tekst[blad], 21 (1), 16-19.

Holleman, B., Kamoen, N., Krouwel, A., van de Pol, J. & de Vreese, C. (2016). Positive vs. Negative. PLoS One, 11 (10). M1 – 0164184. Link

Jansen, C. (2013). De nieuwste kleren van de keizer. ‘Teksten op B1-niveau’ als leeg begrip. Onze Taal, 82 (2), 56-57. Link

Spooren, W. & Nijhuis, L. (2015). Partijprogramma’s op B1-niveau. Werkt dat? Tekst[blad], 21 (2), 16-20.

Leave a Reply