Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

De avonturen van Tom in de Giro

Elke week verschijnt op deze site een bijdrage van één van onze onderzoekers over communicatie in onderzoek en praktijk. Deze week: Gudrun Reijnierse, over Tom Dumoulins toepasselijke taalgebruik.

Op zondag 28 mei 2017 won Tom Dumoulin als eerste Nederlandse man ooit de Giro d’Italia. In een individuele tijdrit van nog geen 30 kilometer moest Dumoulin 53 seconden goedmaken op zijn grootste concurrent, de Colombiaan Nairo Quintana. Hoewel velen van u wellicht lekker buiten van de (bijna) tropische temperaturen aan het genieten waren, zat ik als wielerliefhebber met samengeknepen billen voor de TV. In de zinderende finale zag ik hoe Tom uiteindelijk met een voorsprong van 31 seconden het eindklassement won.

‘Met samengeknepen billen’ schreef ik hierboven. Voor wie – wielerliefhebber of niet – de afgelopen weken het nieuws rondom de Giro en Tom Dumoulin een beetje gevolgd heeft zal deze uitdrukking herinneringen oproepen aan de avonturen van Tom. Dagenlang reed hij met een voorsprong van ruim drie minuten op de concurrentie stevig in de roze leiderstrui. Tot die ene bergetappe, waar Tom vlak voor de laatste beklimming een ‘sanitaire stop’ moest maken. Hij verloor veel tijd en na een matige bergetappe enkele dagen later was hij ook het roze kwijt. Gelukkig is Dumoulin een zeer goede tijdrijder en pakte hij op het beslissende moment tijdens de laatste etappe die roze trui toch weer terug, met de eindoverwinning als gevolg.

Maar de overwinning is niet waarover ik het in dit blog wil hebben. Waar ik het wél over wil hebben is die ‘sanitaire stop’ en mijn ‘samengeknepen billen’-opmerking. Het lijkt me nogal wat om voor het oog van de camera’s de berm in te moeten duiken vanwege darmproblemen en daarmee (bijna) de winst uit handen te geven. Vanuit communicatieperspectief levert deze gebeurtenis echter interessante vragen op. Want: hoe gaat iemand om met een dergelijke situatie als hij na afloop van de etappe de pers te woord moet staan? En: hoe gaat iemand om met zijn ploegmaats als hij na de etappe in de bus naar het hotel zit? Hoewel iedereen het sneu vond voor Tom dat hij zoveel tijd verloor, werden er toch ook veel grappen over hem gemaakt (De Limburger1 publiceerde een selectie).

Tom zelf baalde natuurlijk als een stekker, maar bleek ook in staat het gênante van de situatie om te zetten in zijn voordeel. Al direct na de etappe zei hij tegen een verslaggever: “De problemen begonnen tijdens de afdaling. Ik kon echt niet meer verder. Ik was sterk en had makkelijk bij Vincenzo Nibali en Nairo Quintana kunnen blijven. Dit is echt shit.”2 En later, na de eindoverwinning, beschreef hij hoe hij de laatste minuten van de koers had beleefd: “Mooier dan dit wordt het niet. Het was zo’n zenuwslopende dag. Ik was poepnerveus (…) het was een strontnerveuze dag.”3

Twee mooie voorbeelden van taalgebruik waarin wordt teruggegrepen naar een eerdere gebeurtenis (een soort ‘situation-triggered’ taalgebruik). Taalgebruik waarmee Dumoulin de verslaggevers als het ware steeds vóór is door met gebruik van humor terug te verwijzen naar de ´sanitaire stop´ die hem bijna de overwinning kostte. Het soort taalgebruik ook, dat zich goed leent om rechtstreeks te worden overgenomen in nieuwskoppen, waarin volop gebruik wordt gemaakt van dit soort taalgrapjes om de aandacht van de lezer te trekken.4

Dat deze ongemakkelijke gebeurtenis voor altijd verbonden zal blijven aan de Giro-overwinning van Dumoulin is duidelijk. Maar wat maakt het uit. Dumoulin heeft de concurrentie maar mooi een poepje laten ruiken ;-).

 

Referenties

1 http://www.limburger.nl/cnt/dmf20170523_00040909/sanitaire-stop-dumoulin-voer-voor-grappenmakers-op-twitter

2 http://nos.nl/artikel/2174635-diarree-zat-dumoulin-dwars-dit-is-echt-shit.html

3 http://nos.nl/artikel/2175431-dumoulin-poepnerveus-maar-droomscenario-komt-uit.html

4 Zie bijvoorbeeld: Brône, G., & Coulson, S. (2010). Processing deliberate ambiguity in newspaper headlines: Double grounding. Discourse Processes, 47(3), 212–236. doi:10.1080/
01638530902959919

Leave a Reply