Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen

Conversatieanalyse in het onderwijs

Elke week verschijnt op deze site een bijdrage van één van onze onderzoekers over communicatie in onderzoek en praktijk. Deze week: Wyke Stommel, over colleges conversatieanalyse.

Persoonlijk ben ik geïnteresseerd in iedere vorm van interactie: politieverhoren, adviesgesprekken aan de telefoon of via chat, privé-appjes, huisartsconsulten, vergaderingen van gemeenten en eettafelgesprekken. Die interesse vindt zijn oorsprong in de fascinatie voor de schijnbare achteloosheid die we aan de dag leggen als we met elkaar praten die – als je er goed naar kijkt – een web van belangen, normen en dilemma’s verbergt. We produceren in een enorm tempo beurten, stemmen die feilloos op elkaar af en regelen daarmee zoveel meer dan het “overbrengen” van informatie. Eén van mijn doelen als docent is om die fascinatie in de vorm van een heel klein vonkje in de harten en hoofden van studenten te plaatsen en deze studenten onder de stoeptegel van de ogenschijnlijke alledaagsheid van ons “met elkaar praten” te laten kijken. Vorig jaar deed ik dat voor het eerst in een BA-cursus voor studenten Nederlandse Taal en Cultuur (Taal in Actie). Sinds de start van het tweede semester mag ik het ook doen bij studenten CIW (Interactieanalyse) en studenten Taalwetenschap (Pragmatiek). Mag ik hier een paar leuke ervaringen met jullie delen?

Afgelopen vrijdag gaf ik een werkcollege aan CIW-studenten. Ik had ze eerder in een hoorcollege verteld over dat we dingen doen met taal die we vaak alleen maar met taal kunnen doen (iemand ten huwelijk vragen, excuses aanbieden, feliciteren, advies geven, een voorstel doen) en dat dat soort handelingen vaak een wederhandeling relevant maken. Zo is de relevante wederhandeling van een begroeting een wedergroet, van een vraag een antwoord, van een huwelijksaanzoek een “ja”. Als er verschillende antwoorden passen, gaat de voorkeur uit naar het antwoord dat het meest “meegaat” met de vragensteller. Dus het geprefereerde antwoord na een voorstel of uitnodiging is een acceptatie (“ja leuk”), terwijl het niet geprefereerde antwoord vaak met vertraging, herstarten, redenen voor de afwijzing, etc. geproduceerd wordt (“uhh nou dat is lastig want …”). De studenten kregen de opdracht om geprefereerde en niet-geprefereerde antwoorden op YouTube te zoeken. Er kwamen talloze geweldige voorbeelden voorbij, afkomstig uit RTL Late Night, Idols, Voetbal Inside etc. Hier wil ik graag getuige doen van twee prachtige voorbeelden, om te beginnen een voorbeeld van een geprefereerd antwoord. Het filmpje is een “privé-opname” van een huwelijksaanzoek (12:50). Het stel zit aan tafel, romantisch boeket erbij, kaarslicht, en ze bespreken wat ze allemaal voor leuke vakanties en mooie dagen hebben gehad. Dan staat de jongen op, loopt naar zijn vriendin, zegt dat hij denkt dat dit wel een van de leukste dagen zal worden en kondigt zijn aanzoek aan met “ik wil je even wat vragen”. Hoewel je hier een knikje, “hmhm”, “ja” of “oké” zou kunnen verwachten, zegt deze aanstaande bruid veelvuldig “nee” en begint ze te huilen. Terwijl zij snikt en naar beneden kijkt, zegt hij razendsnel en bijna onverstaanbaar, “lieve X, wil je met me trouwen”. Dan komt al huilend toch nog de “ja” gevolgd door een omhelzing. Ahh, dus toch een happy end. Maar nog mooier aan dit filmpje is dat het laat zien dat een vroeg “nee” toch de voorloper is van “ja”.

Nu een sappig voorbeeld van een gedisprefereerd antwoord. In “Say yes to the dress” staat de vraag centraal of de aanstaande bruid de keus voor de bruidsjurk laat vallen op de jurk die ze aan heeft. Deze kandidate heeft een jurk aan die door de aanwezigen zeer positief beoordeeld wordt (“lovely”). Dan vraagt de presentatrice hoe de kandidate zich voelt: “lovely, it is a beautiful dress” (aha, de nadruk op “is” verraadt al iets), waarop de presentatrice het waagt: “so…. can I ask you the question?” en de vraag zelf “are you saying yes to the dress?” We weten niet of de pauze die dan volgt een gevolg is van de montage, maar de kandidate begint vervolgens een beetje te giechelen, slaat ‘r handen voor het gezicht, draait weg, haalt hoorbaar diep adem, draait zich weer weg, begint te huilen. En je raadt het al: het antwoord wordt dat de jurk prachtig is maar dat het allemaal zoveel is en dat ze er nog over moet nadenken. Briljant, want we weten allemaal dat dat “nee” betekent, maar ze heeft het niet gezegd. Uit deze voorbeelden blijkt dat deze studenten hun “members’ knowledge” uitstekend kunnen inzetten om pareltjes van voorbeelden van structuren in sociale interactie te vinden.

Nu een voorbeeld van de derdejaars Taalwetenschap. Conversatieanalyse is deels gebaseerd op de ethnomethodologie, d.w.z. de studie van de manieren (methoden) die mensen gebruiken om de sociale orde waarin ze leven te produceren en te begrijpen (zie voor meer uitleg bijv. hier). De studenten Taalwetenschap kregen de opdracht om een ethnomethod te observeren en te beschrijven. Een aantal van hen koos de “ethnomethods” rondom het gebruik van de lift. Observaties gingen over waar mensen gingen staan in de lift, de positie ten opzichte van elkaar, oogcontact dat wordt vermeden door naar de grond te kijken, minimale interactie behalve als men elkaar kende, per ongeluk op de verkeerde verdieping uitstappen en weer instappen onder gegniffel van de andere aanwezigen etc. Deze observaties werden gerelateerd aan de kleine ruimte kort gedeeld met onbekenden en het effect dat de liftgebruikers iets lijken te moeten met elkaars aanwezigheid. Eén student schrijft: “Het is […] in ieders voordeel om […] de interactie tot een minimum te beperken: je bent op die manier anderen niet tot last en loopt ook niet het risico contact op een ongunstig moment te moeten verbreken omdat je al op je bestemming bent aangekomen”. Kijk, dat is een mooie analyse, en wie weet een vonkje.

Share this on social networks

Leave a Reply