Persuasive communication

Centre for Language Studies | Faculty of Arts | Radboud University Nijmegen
Merijnblog

‘Als het maar werkt’ werkt niet altijd

By Merijn Beeksma

Technologische ontwikkelingen in het medisch domein – ook wel e-health of clinical informatics genoemd – heeft de laatste decade voor flink wat veranderingen gezorgd. Elektronische patiëntendossiers ondersteunen uitwisseling van gegevens tussen de behandelend arts, de patiënt en andere specialisten, en voorkomen daarmee dat belangrijke data over bijvoorbeeld medicatie ontbreekt, of juist door meerdere specialisten tegelijkertijd bijgehouden wordt. Clinical decision support systems zijn in staat om automatisch patiënten te screenen en diagnoses te stellen, en kunnen idealiter geïntegreerd worden in het elektronisch patiëntendossier. Het gebruik van dit soort technologieën maakt het in potentie mogelijk efficiënter met data om te gaan, effectievere behandelplannen samen te stellen, en daarmee de kwaliteit van de geleverde zorg te verhogen. Maar zoals geldt voor de meeste technologie: alles staat of valt bij de implementatie. Technologie moet niet alleen werkzaam, maar ook werkbaar zijn.

En dat is het vaak niet: ondanks de duidelijke potentie van dit soort systemen, halen de meeste het niet in de praktijk. Het succes van gezondheidstechnologie hangt sterk samen met de gebruiksvriendelijkheid voor de eindgebruikers: dokters, verpleegkundigen, en soms ook patiënten. Anders dan voor softwareontwikkelaars, is het vaak voor de gebruiker helemaal niet duidelijk hoe een programma precies werkt, wat er in die ‘black box’ gebeurt. Voor veel alledaagse technologie maakt dat niet uit. Wat voor algoritmen er schuilgaan achter ‘intelligente’ systemen zoals Google of Siri is voor de meeste gebruikers niet zo belangrijk. Als het maar werkt.

Dit sluit aan bij het Technology Acceptance Model, dat stelt dat succesvolle implementatie afhankelijk is van twee belangrijke factoren: bruikbaarheid en gebruiksgemak. Ervan uitgaande dat een bepaalde tool zowel gemakkelijk in het gebruik als nuttig is – een vlieger die lang niet altijd opgaat bij nieuwe gezondheidstechnologie – moet er meestal een flinke dosis scepsis overwonnen worden voordat het gebruik van een bepaalde tool gemeengoed wordt. Waar gebruiksgemak in veel andere domeinen een goede voorspeller is van gebruiksgedrag, verliest deze voorspeller aan kracht wanneer technologie ingezet wordt om zaken rondom leven en dood, gezondheid en welzijn te beïnvloeden. Zelfs als onderzoek uitwijst dat een systeem goed werkt en de juiste resultaten ophoest, zelfs als een tool niet alleen sneller, maar ook beter werkt dan mensen, is het belangrijk om scepsis niet af te schuiven op onbegrip.

‘We weten óók niet precies wat er in het hoofd van een dokter omgaat’, brengen zij die gezondheidstechnologie ontwikkelen dan in, ‘hersenen zijn ook een black box!’ – en gelijk hebben ze. Maar ondanks dat een dokter niet bij iedere beslissing exact kan uitleggen welke hersenprocessen eraan vooraf gingen, en hoe betrouwbaar de beslissing is, heeft hij of zij heeft wel inzicht in hoe de beslissing globaal tot stand gekomen is, al is het maar op basis van intuïtie. We kunnen het zorgverleners moeilijk kwalijk nemen dat zij soms sceptisch tegenover nieuwe technologische ontwikkelingen staan, ze hebben immers al systemen die ze redelijkerwijs kunnen vertrouwen, en veel ervan zijn geïnternaliseerd. Moeten ze hun ervaring dan zomaar laten overrulen door een nieuw systeem dat ze niet kennen? En bij wie ligt de verantwoordelijkheid dan eigenlijk? Juist in het medische domein moeten we mensen niet vragen blind te vertrouwen op het één of het ander.

Om succesvolle implementatie te stimuleren, is het belangrijk dat gezondheidstechnologie transparant is. Dokters zouden beter betrokken moeten worden bij de ontwikkeling van tools, en ontwikkelaars zouden zich meer en beter moeten verdiepen in de relatie tussen technologie en de alledaagse praktijk. Hoewel het ontwikkelen van tools tijdrovend is, zou de implementatie er niet onder moeten leiden. Succesvolle tools zijn goed geïntegreerd in de standaard workflow, kosten de dokter geen extra tijd, en leiden niet tot ergernis. Het is voor alle partijen van belang dat dokters weten wat een tool globaal doet: op basis van welk soort informatie een tool werkt, en wat de belangrijkste redenen zijn voor individuele beslissingen. Goede communicatie tussen de productontwikkelaar en de eindgebruiker, maar vooral ook tussen de eindgebruiker en de technologie zelf zijn onmisbaar voor échte technologische innovatie in het medische domein.

 

Leave a Reply